Op gedichtendag heeft Joke Van Leeuwen, gedurende 2 jaar Antwerps stadsdichter, de fakkel doorgegeven aan Peter Holvoet-Janssens. We begroeten de nieuwe, maar willen in stijl afscheid nemen van de oude.
Joke Van Leeuwen heeft ons 2 jaar verblijd met verschillende stadsgedichten die het wel en wee in de koekenstad hebben omgezet in mooie dichtverzen. Van olifanten en bruggen. Over sterkhouders als de haven tot dagelijkse gebruiksvoorwerpen als de voetgangerstunnel. Ook over moeilijke zaken als mensen zonder papieren, kindermishandeling of hangjongeren.
Daarbij heeft ze niet nagelaten om haar respect voor de taal van de Antwerpenaars te tonen. Hoe is’t ? is de titel van haar eerste stadsgedicht. ‘Blijft bij ons en a is nie kunne blijven’ vat het verdriet samen bij het heengaan van Wannes Van De Velde. En een maand terug, Mensen van Antwerpen, ‘die sjotten tegen de leegte’.
Van Leeuwen werkte samen met Bob Takes om de passende verpakking te zoeken verankerd in het stadsbeeld. Het eerste gedicht werd geprojecteerd op de universiteitsmuur aan het Frans Halsplein. Voor het eerst speelden dronken Sinjoren in de voetgangerstunnel de weg niet meer kwijt. Op de spierwitte muren stond een 1144m-gedicht, zodat deze in beide richtingen er anders uitzagen. Op de luifel boven het Theaterplein kon je langs geen kanten ontsnappen aan ‘Zie wat ik zeg dat ik niet zeggen kan’ Jokes aanklacht tegen kindermishandeling, nu geïntegreerd in de gevel van jeugdtheater het Paleis. En bij de 75e verjaardag van het Letterenhuis dansten de woorden van de geprojecteerde versregels op de muur van de inkomhal.
De gedichten getuigen van veel plezier bij het spelen met taal. Dat wordt blijvend plezier want al haar stadsgedichten werden, gebundeld in het boekje “Hoe is’t” van Joke Van Leeuwen en Bob Takes uitgegeven bij Querido.
Geen gedichtendag zonder gedicht. En waarom niet nog eentje van Joke. Eentje dat toont wat spelen met taal is, want dat is dichten.
Ozo heppie
Ik voel me ozo heppie,
zo heppie deze dag
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie,
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag?
(Ozo heppie en andere versjes/Joke Van Leeuwen Amsterdam: Querido, 2000.- 48 blz.- ill.)
Meer info : http://www.stadsdichterjokevanleeuwen.be/
|